Brandonderzoek geeft stof tot nadenken

(Bron: Brandweerkrant van Nederland)
In pilots in zes brandweerregio’s wordt gekeken naar de oorzaak en ontwikkeling van de brand, en naar de samenhang tussen bouwvoorschriften, preventieve maatregelen en het effect van het bluswerk. De pilots zijn net afgelopen, en er valt al veel te leren.
De regio Amsterdam-Amstelland heeft sinds januari 2010 een team van zes personen vrijgemaakt voor brandonderzoek. Brandweerkundige en officier van dienst Bert Meijer treedt op als coördinator. “We hebben vorig jaar 207 branden onderzocht, voornamelijk woningbranden omdat het aantal slachtoffers daar het grootst is.” Het team wordt gelijktijdig met de brandweer gealarmeerd en richt zich in het onderzoek eerst op het tactische gedeelte. Meijer: “We interviewen het brandweerpersoneel, de politie, buren en omstanders. Vaak horen we relevante dingen. ‘Die mevrouw had al eens gedreigd de zaak in de fik te steken’ of ‘zij had al eens een psychose gehad’. Zonder die informatie zou je misschien tot andere conclusies komen.”
Direct effect
“We onderzoeken ook de trends in het ontstaan van branden. Vroeger stonden die in een rapportage van het CBS“, legt Meijer uit. “Maar we hebben tijdens onze pilot vastgesteld dat die niet zo betrouwbaar is. Volgens het CBS zou bijvoorbeeld 6 tot 7 procent van de branden zijn gesticht. Onze pilot laat zien dat dit in Amsterdam 20 procent moet zijn, net als in Apeldoorn waar twee jaar eerder met brandonderzoek is gestart. Meijer: “We zoeken ook uit waar we gerichte brandpreventievoorlichting kunnen geven. Daarvoor moet je weten waar een brand ontstaat. We hebben bijvoorbeeld ontdekt dat op een tafelcontactdoos vaak veel te veel keukenapparatuur wordt aangesloten. Dat vraagt een gigantische hoeveelheid vermogen, terwijl die contactdoos maar geschikt is voor 800 Watt. Dus raakt dat ding oververhit en vliegt het in de brand. Onze voorlichting hierover had meteen effect in wijken waar veel studenten wonen.”
Veiligheid personeel
De adviseurs van Amsterdam-Amstelland toetsen ook de brandveiligheid van bouwaanvragen voor woningen. Dat leidt soms tot merkwaardige conclusies. Meijer: “De landelijke praktijkrichtlijn voor parkeergarages is gebaseerd op een oude brandproef van TNO, waarin wordt gesteld dat maar drie of vier auto’s gelijktijdig zullen branden. Maar bij De Appelaar in Haarlem zagen we dat 21 auto’s waren uitgebrand. Misschien moeten we dus onze werkmethodes en procedures aanpassen om de veiligheid van ons brandweerpersoneel te vergroten?”
Focus op leereffect
Brandweer Tilburg is in 2009 gestart met een brandonderzoekteam van drie vrijwillige leden. Inmiddels is iedereen bekend met het nut van brandonderzoek en is er een goede relatie opgebouwd met de afdeling forensisch onderzoek van de politie. Ronald Blokpoel is hoofd Risicobeheersing van regio Midden- en West-Brabant, cluster Tilburg. “Er kwamen al snel knelpunten naar voren. Zo bleek dat vrijwilligheid niet de juiste basis is, omdat onze onderzoekers onderzoek moeten doen naast hun normale baan. Bovendien waren ze te lang onderweg in onze uitgestrekte regio en vraagt elk onderzoek ook nog eens veel bureauwerk. “Uiteindelijk zijn we ons gaan focussen op woningbranden met persoonlijk letsel of dodelijke afloop, en op branden met een potentieel leereffect qua brandverloop en de branduitbreiding. We beperkten ons daarbij tot branden in Tilburg en bijzondere branden in de regio.”
Brandverloop
“De oorzaak van de brand is niet ons primaire onderzoeksdoel,” legt Blokpoel uit. “Het gaat om de brandpreventieve maatregelen afgezet tegen het brandverloop. Als je in Nederland gaat bouwen of verbouwen, komt de brandweer
met een heel eisenpakket. De brandonderzoeker kijkt of die maatregelen goed hebben gefunctioneerd. Dat gebeurde tot nu toe veel te weinig.” “In de tweede plaats kijkt de onderzoeker of het optreden van de brandweer het juiste effect had op het brandverloop. Heeft de brandweer rekening gehouden met de brandpreventieve voorzieningen? Is er überhaupt rekening mee gehouden dat een brand zich op een bepaalde manier ontwikkelt? Hoe waren de inzetprocedures van de brandweer? Moeten we onze eisen bijstellen?”
Haperende voorzieningen
Blokpoel stelt vast dat de brandpreventieve voorzieningen nog wel eens haperen. “We hebben veel voorzieningen gevonden die op zich goed zijn, maar die niet werkten door geknoei van de aannemer. Misschien stellen we bepaalde eisen wel uit gewoonte, terwijl gedegen onderzoek uitwijst dat het anders moet. Ik vind het op dit moment te vroeg om conclusies te trekken, maar ik sluit niet uit dat op basis van brandonderzoek de regelgeving moet worden bijgesteld.” In januari heeft de Raad van Regionaal Commandanten richtinggevende besluiten genomen over borging van het brandonderzoek bij de brandweer. Deze worden nu geïmplementeerd.
Strafbare feiten
Roel van de Kerkhof doet het brandonderzoek naast zijn werk op de afdeling Risicobeheersing van Brandweer Midden-en West-Brabant, cluster Tilburg. “Vroeger zeiden brandweerlieden al gauw dat een brand door de tv komt, of door kortsluiting. Door ons brandonderzoek komen we er nu soms achter dat er mogelijk sprake is van strafbare feiten. In dat geval wordt altijd de technische recherche erbij gehaald.” Graag had Van de Kerkhof gezien dat het brandonderzoek een paar jaar eerder was uitgerold. “Dan hadden we al een mooi onderzoeksteam gehad. Nu hebben we vanwege bezuinigingen een beperkt budget. Ik zou in de toekomst graag zien dat brandonderzoek input gaat leveren voor het thema Brandveilig Leven. Met een thematisch onderzoeksprogramma, gevolgd door een voorlichtingsprogramma kunnen we veel brandschade voorkomen en het jaarlijkse aantal slachtoffers omlaag brengen. Daar valt veel eer aan te behalen.”






Brandonderzoek geeft stof tot nadenken